BHV-controle door de Arbeidsinspectie: dit vraagt de inspecteur
Wat controleert de Arbeidsinspectie bij BHV?
De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt bij een BHV-controle naar vier dingen: of de BHV in de RI&E staat, hoe de BHV-organisatie is ingericht, of de BHV’ers zijn opgeleid en geoefend, en of werknemers weten wat ze bij een incident moeten doen. Dat laatste vraagt de inspecteur aan minimaal drie werknemers zelf. Is iets niet in orde, dan volgt eerst een waarschuwing of een eis. Een boete komt pas bij herhaling.
Hieronder lees je welke vragen de inspecteur stelt over de opleiding van je BHV’ers, wat hij aan je werknemers vraagt en wat er op papier moet staan. Alles komt uit de Werkinstructie Bedrijfshulpverlening, het document waarmee inspecteurs zelf werken.
Luisteren of kijken?
Liever luisteren of kijken? Beluister de podcast over dit onderwerp via Spotify (3:53 min) of bekijk de YouTube-video.
De podcast is gemaakt op basis van dit artikel van de NedCert Experts, met ruim 20 jaar ervaring in BHV-trainingen.
Een openbare, interne instructie
De werkinstructie is geschreven voor inspecteurs en is te lezen op de website van de inspectie.
Artikel 15 van de Arbowet noemt alleen het doel: BHV’ers moeten zo zijn opgeleid, uitgerust en georganiseerd dat zij hun taken naar behoren kunnen vervullen. Wat “naar behoren” betekent, staat er niet. De werkinstructie toont hoe een inspecteur dat beoordeelt. Daarom is de instructie ook voor jou als werkgever nuttig.
Het uitgangspunt van de inspectie is “zorg op maat”. Er bestaat geen standaardmodel voor de BHV, en het aantal BHV’ers ligt niet wettelijk vast. Elke vraag van de inspecteur komt daardoor op hetzelfde neer: past de BHV bij dit bedrijf?
Hoe de inspectie te werk gaat
De werkinstructie verdeelt een controle in vier stappen.
Het begint bij de RI&E
De inspecteur begint bij de risico-inventarisatie en -evaluatie. Is er geen RI&E, of zegt die te weinig over BHV, dan heeft een BHV-controle volgens de inspectie geen zin.
Zonder RI&E valt namelijk niet te beoordelen of de BHV past bij het bedrijf. De RI&E laat zien welke risico’s overblijven nadat alle maatregelen zijn genomen. Die restrisico’s bepalen welke incidenten je kunt verwachten. Verder zijn de grootte van het bedrijf, het aantal aanwezigen, hun zelfredzaamheid en de aanrijtijd van de hulpdiensten van belang. Uit die potentiële incidenten volgt wat een BHV’er moet kunnen, hoeveel BHV’ers er nodig zijn en welke middelen zij nodig hebben.
Twee vragen over de opleiding van je BHV’ers

Onder het kopje Opleiding staan in de werkinstructie twee vragen:
- Zijn BHV’ers opgeleid op elk van de vier taken van artikel 15 van de Arbowet?
- Is in de opleiding aandacht besteed aan de specifieke risico’s in en om de organisatie, voortvloeiend uit de RI&E en de omgevingsvergunning?
De vier taken zijn:
- eerste hulp verlenen
- brand beperken en bestrijden
- de gevolgen van ongevallen beperken
- alarmeren en evacueren
De taken mogen verdeeld worden over de BHV’ers, zolang de BHV-organisatie als geheel de risico’s aankan. Vaardigheden die een medewerker al heeft, bijvoorbeeld als verpleegkundige of bij de vrijwillige brandweer, mag je benutten.
Bij de vragen van de inspectie gaat het om opgeleid zijn, niet om een onderwerp dat voorbij is gekomen. Wij horen regelmatig dat er van een onderdeel in een cursus alleen een demonstratie te zien was. De inspecteur vraagt een BHV’er zelf of hij voldoende is toegerust om op te treden, bijvoorbeeld met blusmiddelen. Wie het allemaal zelf heeft gedaan op de cursus, kan die vraag bevestigend beantwoorden.
Specifieke risico’s komen niet altijd aan de orde in een cursus. Neem een garagebedrijf met een spuitcabine. In de RI&E van dat bedrijf staat het risico van een brand met oplosmiddelen. De vraag is dan of dat risico, een vloeistofbrand, in de opleiding is behandeld.
Welke opleiding, training en oefening de BHV’ers hebben gevolgd, hoort te zijn vastgelegd. Een certificaat met naam van de cursist, datum en onderwerp laat zien wie wat heeft geleerd en wanneer. De geldige certificaten van onze cursisten zijn te raadplegen in het register van NedCert.
De inspecteur praat met je werknemers
De inspecteur spreekt minimaal drie werknemers, van verschillende afdelingen en locaties. Een BHV’er krijgt de vraag of hij is opgeleid, en zo ja, wat hij heeft geleerd en hoe vaak.
Andere vragen uit de werkinstructie:
- Als er een brandmelding komt, weet u dan hoe er gehandeld moet worden?
- Kent u het meldingsschema voor alarmering?
- Bent u voldoende toegerust om bij een incident op te treden, bijvoorbeeld met blusmiddelen?
- Hebt u het afgelopen jaar met een ontruimingsoefening meegedaan?
- Hoeveel BHV’ers zijn er op dit moment in het bedrijf aanwezig en hoe zijn die op te roepen?
Of de BHV’ers ook echt op te roepen zijn, kan de inspecteur in overleg met jou ter plekke testen. Collega’s zonder BHV-taak krijgen ook vragen. Weten zij hoe je een BHV’er bereikt, hoe je alarm slaat bij brand en waar de verzamelplaats is?
Vallen de antwoorden tegen, dan vraagt de inspecteur het BHV-plan op en wil hij weten hoe de laatste ontruimingsoefeningen zijn verlopen.
Uit deze gesprekken blijkt wat de opleiding heeft opgeleverd. Een map met bewijzen helpt weinig als drie collega’s niet weten wie de BHV’er is.
Wat er op papier moet staan

Volgens de werkinstructie hoort schriftelijk te zijn vastgelegd:
- de namen en taken van de BHV’ers, ook bij een ontruiming
- de registratie van opleiding, training en oefening
- welke uitrusting en hulpmiddelen er zijn en waar die liggen
- de verzamelplaats en de registratie van aanwezigen bij een ontruiming
- het communicatieplan, intern en met de hulpdiensten
- plattegronden met vluchtroutes en instructies
De inspectie noemt dit het BHV-plan. In het bedrijfsnoodplan staan deze onderdelen verdeeld over meerdere deelplannen, zoals het ontruimingsplan en het communicatieplan. De inspecteur vraagt ook of het plan regelmatig wordt nagelopen en bijgewerkt, en of medewerkers en ingehuurd personeel het kennen.
Oefenen: de vuistregel van één keer per jaar
Of een BHV-organisatie werkt, blijkt volgens de inspectie uit oefeningen. De inspecteur vraagt daarom:
- Wordt er geoefend, en past de frequentie bij de risico’s?
- Wordt het ontruimingsplan geoefend? De vuistregel is één keer per jaar.
- Zijn de inhoud en de resultaten van de oefeningen vastgelegd en geëvalueerd?
- Hebben de bevindingen geleid tot aanpassing van de BHV-organisatie, de RI&E of het plan van aanpak?
- Hebben alle BHV’ers weleens een ontruiming geoefend?
Wanneer komt de Arbeidsinspectie controleren?
De inspectie kiest bedrijven op drie manieren:
- Na een melding. Een arbeidsongeval met ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden moet de werkgever direct melden. Ook klachten en signalen kunnen tot een controle leiden.
- Op eigen initiatief. De inspectie kiest sectoren en bedrijven op basis van een risicoanalyse, en kijkt naar bedrijven waar eerder een overtreding is vastgesteld.
- Via een steekproef. Voor het onderzoek Arbo in bedrijf bezochten inspecteurs willekeurig gekozen vestigingen. Die bezoeken worden vooraf aangekondigd. Er wordt dan niet gehandhaafd, tenzij er ernstig gevaar is.
De kans op een bezoek in een bepaald jaar is klein. Volgens het jaarverslag bereikt de inspectie in een jaar ongeveer één op de tien bedrijven met personeel, en daarbij tellen ook brieven en telefoontjes mee. Ongeveer de helft van dat werk doet de inspectie op eigen initiatief, de andere helft na een melding.
Ook kleine bedrijven krijgen bezoek. De steekproef begint bij vestigingen met één werknemer, en de meldplicht na een ongeval geldt voor elke werkgever. Kleine bedrijven hebben hun zaken minder vaak op orde dan grote. Van de bedrijven met minder dan vijf werknemers heeft ruim de helft een RI&E, van de bedrijven met honderd of meer werknemers vrijwel allemaal. Ongeveer een kwart van alle bedrijven heeft voor de BHV niets geregeld.
Een kleine kans op controle is geen reden om de BHV te laten liggen. De kans op een controle is namelijk het grootst na een ernstig ongeval, en dat is het moment waarop de BHV nodig was.
Krijg je een boete als de BHV niet op orde is?
Niet meteen. Onvoldoende opleiding van BHV’ers geldt in het boetebeleid als een “overige overtreding”. De inspecteur geeft dan eerst een waarschuwing of stelt een eis. Een boete volgt als dezelfde overtreding later opnieuw wordt vastgesteld.
De hoogte van de boete hangt af van de grootte van het bedrijf. Kleinere bedrijven betalen een lager bedrag.
Een eis is niet vrijblijvend. Het bedrijf moet binnen de gestelde termijn laten zien dat de BHV op orde is.
Wat dit betekent voor de keuze van een BHV-cursus
Voor de eerste vraag van de inspecteur telt of je BHV’ers de handelingen zelf hebben uitgevoerd. Bij NedCert Experts doet elke deelnemer alles zelf: reanimeren met een AED, verbanden aanleggen, verschillende soorten branden blussen en een ontruimingsoefening. De instructeur tekent elke vaardigheid per deelnemer af op een competentielijst. Daarna volgt het examen bij NedCert.
Voor de tweede vraag, de risico’s van het eigen bedrijf, zijn twee afspraken met de opleider van belang: welke scenario’s uit de RI&E worden geoefend, en hoe wordt vastgelegd wie wat heeft gedaan.
Maatwerk zit dus in de scenario’s, niet in de plek waar de cursus wordt gegeven. Het kan zowel op een cursuslocatie als in het eigen pand.
FAQ Veel gestelde vragen
Mag de directeur zelf de BHV'er zijn?
Ja. Volgens de werkinstructie mag de directeur of eigenaar van een bedrijf zelf als BHV’er optreden. Wel moet iemand anders de BHV-taken kunnen overnemen als hij afwezig is.
Telt de inspecteur ook bezoekers en klanten mee?
Ja. De Arbowet spreekt over de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen. De inspecteur kijkt daarom naar het aantal werknemers en bezoekers dat aanwezig kan zijn, en naar hun zelfredzaamheid. Zijn er mensen die bij een ontruiming begeleiding nodig hebben, dan wil hij weten hoeveel dat er zijn en wie hen begeleidt.
Kunnen bedrijven in één gebouw de BHV samen regelen?
Ja. Werkgevers die samen in een gebouw zitten, kunnen volgens de werkinstructie gezamenlijk een BHV-organisatie opzetten. Of dat past, hangt af van de risico’s uit de RI&E van elk bedrijf. Artikel 19 van de Arbowet vraagt dat werkgevers in één gebouw doelmatig samenwerken. Volgens de werkinstructie horen daar ook afspraken over de BHV bij.
Controleert de Arbeidsinspectie ook de brandveiligheid van het gebouw?
Nee. Het toezicht op de brandveiligheid van het gebouw en op de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. De inspecteur betrekt de vergunning wel bij de BHV-controle, omdat daarin eisen aan de BHV kunnen staan.
Komt de inspecteur altijd op afspraak?
Nee. De inspectie mag een bedrijf bezoeken zonder afspraak. De inspecteur legitimeert zich eerst. Daarna kan hij documenten inzien en vragen stellen aan medewerkers. Werkgevers zijn verplicht om mee te werken.
Hoe werkt de BHV als een aannemer of schilder in je pand werkt?
Volgens de werkinstructie stemt een aannemer, schilder of stukadoor die in een bedrijf werkt zijn BHV af met de BHV van die locatie. Werken er meerdere bedrijven tegelijk, dan maken zij onderling afspraken over hoe de BHV is geregeld.
Sylvia Kouijzer
Sylvia Kouijzer is brandweervrouw, stralingsdeskundige en veiligheidsadviseur gevaarlijke stoffen, met ruim 20 jaar ervaring in de logistiek van gevaarlijke stoffen. Sylvia is NedCert gecertificeerd instructeur in Den Haag.
Disclaimer
De inhoud van deze blogpost is informatief en zorgvuldig samengesteld. NedCert Experts garandeert niet dat de informatie altijd volledig, juist of actueel is. Aan deze inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Gebruik is op eigen risico. NedCert Experts is niet aansprakelijk voor schade door gebruik van deze informatie.